DNA-match stelt identiteit twee ‘onbekende’ soldaten vast

Door een DNA-match is de identiteit vastgesteld van twee Georgische soldaten op het Sovjet Ereveld in Leusden. Het onderzoek is uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut. Het is voor het eerst dat met behulp van DNA onomstotelijk de identiteit van een formeel nog ‘onbekende soldaat’ op het Sovjet Ereveld is vastgesteld. Dat heeft de Amersfoortse onderzoeker Remco Reiding van de Stichting Sovjet Ereveld vandaag bekend gemaakt.

Anton Gviniasjvili

,,In twee gevallen weten we nu honderd procent zeker wie er in het graf ligt. Het opschrift ‘onbekende soldaat’ kan op hun grafsteen worden vervangen door hun eigen naam,” aldus een verheugde Reiding. Het betreft Pido Tsjoliasjvili en Anton Gviniasjvili.

Reiding heeft namens de Stichting Sovjet Ereveld deze week Georgië bezocht om de twee families persoonlijk het goede nieuws te kunnen vertellen. In 2016 had Reiding bij mogelijke nabestaanden in Georgië reeds DNA afgenomen.

De Amersfoortse onderzoeker bekommert zich al twintig jaar om de 865 soldaten op het Sovjet Ereveld en hun families. Door jarenlang bronnenvergelijk had hij eerder met grote waarschijnlijkheid de namen achterhaald van de vijftien op het Sovjet Ereveld begraven Georgiërs.

De groep was op 20 april 1945 in Beverwijk door de nazi’s gefusilleerd na diefstal van 88 handgranaten. De Georgiërs waren in 1941 aan het Oostfront krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers. In 1943 werden ze naar Nederland gebracht om de kust bij Zandvoort en op Texel te verdedigen.

Pido Tsjoliasjvili

Op Reidings initiatief hebben de betrokken autoriteiten recent ingestemd met het openen van de vijftien graven in Leusden, om DNA van de gevallen Georgische soldaten te kunnen afnemen. De Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht heeft deze delicate klus geklaard. Daartoe moest eerst de aarde boven de houten buiten-kisten worden verwijderd, waarna de zinken binnen-kisten konden worden geopend.

De Georgiërs waren in 1945 nabij hun executieplaats op Fort aan de Sint Aagtendijk begraven. In 1946 waren ze daar geëxhumeerd, in zinken kisten gelegd, en naar Leusden overgebracht. Hierdoor zijn hun stoffelijke overschotten in tact gebleven.

In de afgelopen jaren is Reiding vaker naar Georgië gereisd om bij mogelijke nabestaanden DNA af te nemen. Een handeling die klinische zuiverheid vereist, anders zou het DNA-spoor vervuild kunnen raken. Maar terzelfder tijd is het afnemen van wat wangslijm voor de nabestaanden een emotionele gebeurtenis. ,,Families wachten vaak al 75 jaar. Ze willen zo graag weten wat er met hun vader of opa is gebeurd. Door mijn DNA-afname komt het verlossende antwoord wel heel dichtbij,” aldus Reiding. ,,Toch moet ik altijd weer een slag om de arm houden. Het is immers pas een feit bij een honderd procent match.”

Ook deze week heeft Reiding weer DNA bij vermoedelijke Georgische nabestaanden afgenomen.