Dagboek uit Oezbekistan (9): Tafel van overvloed

Tallikaroen

De hele familie wil Remco Reiding en zijn delegatie welkom heten. Dit is de langverwachte dag. De lange man uit Nederland die hun broer en oom heeft getraceerd is naar Tallikaroen, hun kleine dorpje in centraal-Oezbekistan, gekomen.

We betreden een binnenplaats met een verrassend ruime akker erachter. De vruchtbare kleigrond en een langsstromend beekje zorgen voor een rijke oogst aan uien, knoflook, pompoenen, granaatappels en druiven. We worden, nog onder de indruk van deze landelijke idylle, al snel genood in de gastenkamer.

Daar is de lage tafel gedekt en zijn de kussens opgeschud. Als we de kamer betreden, zien we twee foto’s, die als schilderijen op de bank zijn geplaatst. Het zijn foto’s van Elmoerad Omonov, die in Leusden op het Sovjet-Russisch Ereveld begraven ligt, en zijn jongere broertje Normoerad, die inmiddels 93 is. Hij loopt nog keurig rechtop, maar zijn ogen verraden dat hij niet meer alles helder meekrijgt.

Elmoerad heeft Tallikaroen in 1939 moeten verlaten. Hij was als 19-jarige net begonnen als dorpsmeester, toen hij werd opgeroepen voor militaire dienst. Hij moest in de Winteroorlog vechten tegen de Finnen. En ook al was deze oorlog al in maart 1940 afgelopen, hij bleef onder de wapenen, zo vermoed zijn familie. Hij werd uiteindelijk, jaren later, nabij Rostov krijgsgevangen gemaakt en door de Duitsers tewerkgesteld aan het Westfront. Zo belandde hij op het vliegveld van Soesterberg, waar hij op 24 mei 1943 sneuvelde bij een beschieting.

De ontmoeting in Tallikaroen is voor de delegatie een van de hoogtepunten van de reis door Oezbekistan. Zoveel warmte, aandacht en dankbaarheid.

Nu de familie weet waar hun oom begraven ligt, is hun wens hem met zand van zijn graf uit Nederland in Tallikaroen symbolisch te herenigen met zijn vader en moeder. Opdat de wond van het verlies in hun familie eindelijk kan helen.

Als we in de gastenkamer worden genood, zien we een tafel van overvloed. Brood, snoepjes, kaas, verse tomaten en trossen witte druiven uit eigen tuin zijn op tafel gezet. En als we zijn gaan zitten – op de grond, zoals de mensen dat hier doen – komen daar nog schalen dampende soep en gekookte groenten bij. Voor we een hap mogen nemen wordt door de 68-jarige neef eerst in een kort gebed Allah gedankt voor dit samenzijn.

Remco wordt daarna het hemd van zijn lijf gevraagd. Veelal door monden waarin gouden tanden glinsteren. (En ze zijn overigens ook allemaal vaardig met hun smartphone, maar dat terzijde.)

Als Remco alles heeft verteld wat hij weet over hun broer en oom is het tijd om op te breken. Buiten moeten groepsfoto’s worden gemaakt, van de familie met de delegatie. Remco krijgt, omdat het vaatje met dankbaarheid nog niet is uitgeput, bij vertrek ook nog een tsjo’pon, een prachtige omslagjas, cadeau.

Over de zandweg waarover we zijn gekomen, keren we onder de indruk terug naar ons hotel in Qarsji. Zwijgzaam kijken we in de schemer uit over de vlakke en vruchtbare akkers die Elmoerad in 1939 voor het laatst kon aanschouwen, ruim 5500 kilometer verwijderd van zijn laatste rustplaats in Amersfoort.