Dagboek uit Oezbekistan (8): om 04.00 uur opstaan voor Remco

Boechara, 2 oktober 2018

Adiz Kacharov komt op deze zonovergoten dinsdagochtend met een felgele tas in het centrum van Boechara aangelopen. ,,Zo zal Remco me zeker herkennen”, denkt de net 76 geworden Oezbeek uit Noerata. Let wel, dat ligt 400 kilometer verderop. De krasse oude baas is vanochtend om 04.00 uur al vertrokken uit zijn geboortestad. Strak in het pak, een doeppi op zijn hoofd.

Zijn truc werkt. We pikken hem er op straat razendsnel uit.

Adiz is het jongere broertje van Saïd Kacharov, die naar het front ging twee dagen nadat Adiz was geboren. Hij heeft zijn grote broer, die geen Russisch sprak en geen enkele militaire opleiding had gehad, nooit meer gezien. Saïd stierf in mei 1945 in Bad Lippspringe aan tbc en ligt nu op het Sovjet-Russisch Ereveld in Leusden begraven.

Remco Reiding heeft Adiz al in 2007 getraceerd en hem destijds per telefoon bijgepraat. Nogal moeizaam, want de verbinding was slecht en Russisch is voor beiden niet de moedertaal. Remco had hem nadien foto’s gestuurd van het graf van zijn broer. Tot een ontmoeting was het echter nooit gekomen. Tot aan vandaag.

Adiz’ door staar blauw kleurende ogen glanzen. Hij is verheugd Remco eindelijk te ontmoeten. Vol trots toont hij de foto’s die Remco hem destijds heeft toegestuurd.

Hij sluit ook aan bij de bijeenkomst die voor Remco is georganiseerd en waarin de jeugdorganisatie, archivarissen en een legermeneer aangeven wat ze wel en niet voor Remco kunnen doen. ,,Lastig, lastig’’, is de kortst mogelijke samenvatting van hun stroeve opstelling.

Dat is de oude Oezbeek te gortig. Met een gloedvol pleidooi maant hij de officials in Boechara zich rekenschap te geven van wat er in Leusden gebeurt, en dat het Sovjet-Russisch Ereveld er prachtig bijligt. Het grote Oezbekistan zou zich dat eens tot zich door moeten laten dringen. Het gezag van de oude baas is voelbaar. Bij de voorheen starre officials wellen tranen op.

Na afloop, als we teruglopen naar ons taxibusje, brandt Adiz pas echt los. Hij vindt zijn land te onverschillig naar de oorlogsdoden. ,,We mogen de doden niet vergeten. Ik wil mijn broer nooit vergeten. Dat ben ik aan hem verplicht.’’

Remco vraagt aan Adiz of hij geen bezoek wil brengen aan zijn broer. Zijn oude ogen schieten direct vuur. ,,Mijn hele leven heb ik geen hand opgehouden en dat wil ik graag zo houden’’. Als Remco benadrukt dat hij echt welkom is, biedt hij zowaar een opening. ,,Ik zal tot Allah bidden om te vragen de reis mogelijk te maken.”

En huiswaarts keert Adiz. Weer ruim vier uur onderweg. Een statige man met een scherpe mensenkennis. We hopen hem echt de komende jaren eens in Amersfoort te mogen begroeten.