Dagboek uit Oezbekistan (5): Tot uw dienst!

Weer staat de camera klaar. Zelfs voor het oorlogsmuseum in Tasjkent wordt Remco eerst geïnterviewd. Ook al staat de directeur in de deuropening al een tijdje te trappelen.

Kolonel bd Moesalim Noeriddinov heet ons evengoed hartelijk welkom. Een eindeloze rij lintjes en speldjes die hem in zijn soldatenloopbaan ten deel zijn gevallen, draagt hij met zichtbare trots.

Eenmaal binnen zegt de kolonel Remco alle hulp toe bij het onderzoek in de archieven van het leger. We zijn er erg blij mee, al moet uiteraard eind volgende week – als Remco de resultaten krijgt overhandigd – blijken wat de Oezbeekse ogen weten te vinden. Archiefwerk kan taai zijn, zo weet Remco als geen ander.

In het museum krijgen we een korte tour langs vitrines met brieven van soldaten, foto’s en oude geweren. Indrukwekkend maar toch verhult het ongewild de omvang van het immense offer van de Oezbeken. Want van de anderhalf miljoen Oezbeken die ooit als Sovjetsoldaat naar het front togen, zijn er 450.000 nooit teruggekeerd.

Vanmiddag hoorden we nog het verhaal van een oom die als jochie van 17 naar het front rende om mee te vechten. Hij raakte twee keer zwaar gewond, voordat hij als oorlogsheld in 1944 huiswaarts mocht keren. Hij leek de oorlog te hebben overleefd. Maar op zijn 52e raakte in zijn lichaam een stukje Duits oorlogsmetaal op drift dat ze in 1944 niet operatief hadden kunnen verwijderen. Weer een extra slachtoffer van het oorlogsgeweld.

De dood sloeg in die jaren geen familie-deur over, zo hoorden we eerder deze week. Om even bij stil te staan. Zonder deze offers zou nazi-Duitsland aan het Oostfront niet op de knieën zijn gedwongen.